Onderzoek - Catalogus tentoonstelling - Abstracts

Vrouwenbladen als zedenvormers? Beatrijs, weekblad voor de katholieke vrouw, 1939-1967
Marloes HŁlsken

Hoe veranderden opvattingen over moederschap en seksualiteit in het katholieke vrouwentijdschrift Beatrijs in de periode 1939-1967? Beatrijs is voor generaties katholieke vrouwen een wegwijzer geweest in zaken variŽrend van de huishouding en het moederschap tot mode en - op voorzichtige wijze - seksualiteit. Problematische onderwerpen als: grote gezinnen, overbevolking, gepast gedrag voor verloofden, taakverdeling tussen man en vrouw en tienerzwangerschappen werden in het tijdschrift niet geschuwd. Beatrijs schonk op haar eigen manier aandacht aan veranderende zeden en normen. Uit de analyse van een aantal jaargangen blijkt dat de redactie voortdurend probeerde een evenwicht te vinden tussen de leer en de praktijk, waarbij vernieuwingen en veranderingen in moraal en mentaliteit zeker tot de inhoud van het tijdschrift doordrongen.

Onzeker op de rand van volwassenheid
Tijdschriften voor vrouwelijke adolescenten: het voorbeeld van Yes

Annette van der Mooren

Yes is een tijdschrift bestemd voor meisjes en jonge vrouwen vanaf ongeveer achttien jaar. Het blad biedt naast entertainment ook serieuze informatie over uiteenlopende onderwerpen.
Met behulp van een 'boodschapanalyse' op Yes kan niet alleen worden vastgesteld over welke onderwerpen het blad gaat (en over welke nŪet) maar ook hůe Yes over die onderwerpen schrijft. Op deze manier heb ik het 'boodschapsysteem' van Yes onderzocht.
In Yes draait het vooral om onderwerpen als je 'persoonlijke identiteit' en relaties (met ouders, partner en vriendinnen). Ik zou Yes willen betitelen als een vakblad voor de persoonlijke levenssfeer.
Een aantal thema's komt in dit kader steeds weer terug in Yes. Zo wordt onder meer benadrukt dat een meisje grenzen moet (leren) stellen. Dit kan zijn ten aanzien van haar ouders maar ook tegenover haar vriendje. Het is volgens Yes belangrijk om uit te gaan van jezelf; het is jouw leven waarover je zelf moet beslissen.
Zo biedt Yes meer tips en 'wijze lessen' die haar lezeressen ondersteunen bij het nemen van de drempel naar de volwassenheid, en ook met betrekking tot die lessen bepalen de lezeressen zelf welke bij hen passen en welke zij naast zich neerleggen.

Vriendinnen van papier
Vrouwentijdschriften tussen 1934 en 2003

Renťe Vegt

Dit artikel handelt over de geÔllustreerde publiekstijdschriften in de periode 1934-2003, die vrouwen en/of meisjes vanaf ongeveer 13 jaar als doelgroep hebben. In de periode waarin Libelle (1934) en Margriet (1938) verschijnen, berust het onderscheid tussen de tijdschriften voornamelijk op de maatschappelijke positie van de vrouwen voor wie ze worden gemaakt. Onderscheid naar leeftijd wordt nauwelijks gemaakt. In alle tijdschriften worden vrouwen aangesproken op hun rol als huisvrouw en moeder. Dat geldt het sterkst voor de vrouwenservicebladen of 'damesbladen'; massabladen voor een zo groot mogelijk publiek. De meeste zijn niet verbonden aan een religieuze of politieke levensovertuiging. De vrouwenbladen die wel vasthouden aan een bepaalde signatuur, zijn protestants-christelijk (Moeder, Vrouwenpost en daarna Prinses) of katholiek (Beatrijs).

Na de jaren zestig worden de grenzen tussen meisjes, meiden, jonge en volwassen vrouwen aangescherpt. Voor elke categorie komen er bladen op de markt of herdefiniŽren bestaande bladen hun doelgroepprofiel. In het tijdvak rond 1970 maken tijdschriften voor vrouwen met een specifieke levensovertuiging plaats voor bladen voor vrouwen met een moderne levensstijl. En worden niet alleen bladen gemaakt voor gehuwde huismoeders, maar ook voor vrouwen wier leven zich meer buitenshuis afspeelt.
Het kenmerk life style - de individuele keuze voor een levens- of leefstijl, die bijvoorbeeld in de glossy's wordt uitgedragen - lijkt in de jaren tachtig en negentig de belangrijkste factor te worden in de diversificatie van het aanbod aan vrouwentijdschriften. Vooralsnog treedt die diversificatie naar levensstijl alleen op bij de bladen voor vrouwen tot ongeveer 40 jaar. Maar nu de babyboomers met pensioen gaan en een 'grijze golf' een dominante plaats gaat innemen in de samenleving, kan dat slechts een kwestie van tijd zijn.

'Geheel aan de vrouwelijke kunne toegewijd'. Nederlandse vrouwentijdschriften in de achttiende en negentiende eeuw
Lotte Jensen

Dit artikel beschrijft de vroegste geschiedenis van het Nederlandse vrouwentijdschrift, vanaf de vroegste uitgaven in de achttiende eeuw tot en met 1870, het jaar waarin de eerste feministische bladen, Ons Streven en Onze Roeping werden opgericht. Daarnaast wordt er uitgebreid stilgestaan bij de verschillende invalshoeken en methodieken die bij het historische onderzoek naar vrouwentijdschriften gangbaar zijn. In een tijdsbestek van anderhalve eeuw ontwikkelde het vrouwentijdschrift zich hier te lande van een experimenteel, kleinschalig product tot een volwassen, zelfstandig medium, waarmee zowel ideŽle als steeds grotere commerciŽle belangen gemoeid waren. Penťlopť of maandwerk aan het vrouwelijk geslacht toegewijd (1821-1835) neemt daarbij een bijzondere plaats in, omdat het het eerste echt succesvolle Nederlandse vrouwentijdschrift was dat bovendien door een vrouw werd geredigeerd. Vanaf 1845 lieten zich in het toenemende marktaanbod al snel drie categorieŽn onderscheiden: de godsdienstige vrouwenbladen (o.a. Maria en Martha, Erina), de mode- en handwerkbladen (o.a. Aglaja, De Bazar, De Gracieuse) en de populariserende amusementsbladen (o.a. Dames-Weekblad, Flora, Maandschrift voor dames). In 1870 kwam er nog een vierde categorie bij, toen de eerste vrouwenbladen verschenen die geheel aan 'de vrouwenkwestie' gewijd waren. Met het ontstaan van vrouwentijdschriften als een apart genre werd een specifiek vrouwelijk domein gecreŽerd waarin de lezeressen levenslessen, adviezen of amusement aangeboden kregen die haar 'eigen domein' aangingen. Soms had dat domein een, in moderne zin, beperkende betekenis, omdat het de lezeressen een leven in dienst van het gezin voorhield en haar zorgende functies binnen dat domein benadrukte. Van meet af aan creŽerden de vrouwentijdschriften echter ook een eigen domein waarin bijvoorbeeld kennisoverdracht centraal stond of waarin gepleit werd voor een veelzijdigere opvoeding voor meisjes en vrouwen.